Verborgen gebrek paard

Verborgen gebrek paard



U heeft een paard gekocht en het paard blijkt een gebrek te hebben. Vraag is dan wat u daar juridisch mee kan doen. Heeft u recht op ontbinding van de koopovereenkomst en terugbetaling van uw geld? Moet verkoper u een schadevergoeding betalen? 

Maar ook de verkoper kan geconfronteerd worden met een voor hem vervelende situatie. Hij dacht een gezond paard verkocht te hebben, maar wordt nu geconfronteerd met een claim van de koper vanwege een gesteld gebrek. Hoe zit dat juridisch? Wanneer ben je als verkoper aansprakelijk?

Hieronder leggen wij de belangrijkste juridische ‘spelregels’ uit. Als u daarna nog vragen heeft of rechtshulp wenst, neem dan contact op met onze gespecialiseerde advocaten en juristen. 

Paard is een ‘zaak’

Een paard is een levend wezen met een eigen karakter. Tussen paard en mens bestaat dan ook vaak een emotionele band. In de wet gelden echter geen speciale regels voor paarden op het gebied van verborgen gebreken. Voor de wet is een paard een ‘zaak’ en juridisch vergelijkbaar met dode voorwerpen als een auto of fiets. In de wet is het ‘verborgen gebrek’ met name geregeld in artikel 7: 17 BW, welk artikel ook voor de aan- en verkoop van paarden geldt.

Wat zegt de wet over verborgen gebreken?

Het Burgerlijk Wetboek bepaalt (zie artikel 7: 17) het volgende:

De afgeleverde zaak moet aan de overeenkomst beantwoorden. 
Een zaak beantwoordt niet aan de overeenkomst indien zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen, alsmede de eigenschappen die nodig zijn voor een bijzonder gebruik dat bij de overeenkomst is voorzien.
De koper kan zich er niet op beroepen dat de zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt wanneer hem dit ten tijde van het sluiten van de overeenkomst bekend was of redelijkerwijs bekend kon zijn.

Simpeler gezegd: het gekochte paard moet voldoen een de redelijke verwachtingen van koper. Koper mag verwachten dat het paard ‘normaal’ als paard kan worden gebruikt. Als koper een bijzonder gebruik van het paard verwacht ( zoals dressuur, springen, drafsport, om mee te fokken) dan moet koper dat ook duidelijk aan verkoper kenbaar hebben gemaakt voorafgaande aan het sluiten van de koopovereenkomst. 

Wanneer is er sprake van een gebrek?

Als het paard niet geschikt blijkt te zijn voor normaal gebruik, of het kenbaar gemaakte bijzondere gebruik, heeft het paard in juridische zin een ‘gebrek’. 
Maar de wet gaat er ook vanuit dat de koper niet zomaar tot koop dient over te gaan, maar het paard eerst onderzoekt, of laat onderzoeken. Dat duidt op de zogeheten ‘onderzoeksplicht’.

Verborgen gebrek en onderzoeksplicht

Het zal duidelijk zijn dat er geen sprake is van een ‘verborgen’ gebrek als het gebrek al bij het aangaan van de koopovereenkomst zichtbaar of merkbaar was. Als de gebrek al te constateren was bij het aangaan van de koopovereenkomst en koper toch over gaat tot aankoop van het paard dan accepteert de koper het paard zoals deze is, inclusief het gebrek. Feitelijk zal de koper in dat geval al ‘gecompenseerd’ zijn door de lagere koopprijs.

Ook gebreken die niet direct waar te nemen zijn kunnen voor risico van de koper van het paard komen. Zoals gezegd heeft de koper een onderzoeksplicht. Die onderzoeksplicht kan verder gaan dan het visueel nagaan of het paard wat mankeert. Met name als het paard aangeschaft wordt voor een bijzonder doel ( zoals paardensport) mag van de koper verwacht worden dat hij het paard door een deskundige ( bijvoorbeeld een gespecialiseerd dierenarts ) laat onderzoeken.

Overigens zal verkoper de koper in het algemeen niet kunnen verwijten onvoldoende onderzoek te hebben gedaan als verkoper bepaalde eigenschappen van het paard heeft toegezegd of gegarandeerd. Let op: van een dergelijke toezegging of garantie is geen sprake als verkoper het paard in algemene bewoordingen heeft aangeprezen, bijvoorbeeld met de woorden: ‘prima paardje’.

Mededelingsplicht

Bij het zojuist gezegde is het echter van belang dat de verkoper een zogenaamde ‘mededelingsplicht’ heeft. Indien de verkoper op de hoogte is van een gebrek aan het paard dient hij dat aan koper mede te delen. Doet hij dat niet, dan is verkoper in beginsel aansprakelijk voor de schade die koper vanwege het verborgen gebrek lijdt.
Van belang is verder dat de mededelingsplicht prevaleert boven de onderzoeksplicht. Dit betekent dat een verkoper die zijn mededelingsplicht niet nakomt niet onder zijn aansprakelijkheid uit kan komen door te stellen dat koper zijn onderzoeksplicht niet goed is nagekomen.

Gebrek moet al bij levering aanwezig zijn geweest

Een gebrek dat ontstaat nadat het paard is overgedragen aan de koper zal – uitzonderingen daargelaten – voor rekening van de koper zijn. Het gebrek kan immers zijn ontstaan door een slechte behandeling van het paard door de koper.
Het gaat er dus om wat de toestaand van het paard was bij levering. Ofwel had het paard bij levering een gebrek? 

Of het paard reeds bij levering een gebrek had is niet altijd eenvoudig vast te stellen. Regelmatig is daar een (uitgebreid) veterinair onderzoek voor nodig uitgevoerd door een gespecialiseerd dierenarts. Het is zaak dat de koper die geconfronteerd wordt met een gebrek aan het paard het onderzoek naar het gebrek zo snel mogelijk laat verrichten omdat dan de vraag ‘bestond het gebrek al voor de overdracht van het paard’ gemakkelijker te beantwoorden is.

Paard gekocht via handelaar of particulier

De koper van een paard moet dus bewijzen dat het gebrek al bij levering van het paard aanwezig was. Als de koper een consument is en de verkoper een professionele paardenverkoper ( bijvoorbeeld een manege of paardenhandelaar ) helpt de wet de koper. In de wet is namelijk bepaald dat wanneer een zaak ( dus ook een paard ) binnen 6 maanden een gebrek heeft, de verkoper moet bewijzen dat dat het geleverde paard wél goed was bij levering. Er is in dergelijke kwesties dus sprake van omkering van de bewijslast

Bij een koopovereenkomst tussen twee particulieren of twee professionele partijen geldt de omkering van de bewijslast niet.

Klachtplicht

Op grond van de wet ( artikel 7: 23 BW ) dient een koper die een gebrek aan het geleverde paard constateert (of had kunnen constateren) binnen ‘bekwame tijd’ het gebrek te melden aan de verkoper. Wat onder ‘bekwame tijd’ moet worden verstaan is niet altijd duidelijk. Als een consument koopt van een handelaar is een klacht binnen 2 maanden na ontdekking in ieder geval tijdig. Maar wij adviseren de klacht per direct, of in ieder geval zo spoedig mogelijk na ontdekking van het gebrek, te melden, liefst via een aangetekend schrijven. 


Naar de rechter

Als verkoper naar aanleiding van de klacht van de koper niet bereid is het paard terug te nemen of koper schadeloos te stellen zal koper zich afvragen of hij de zaak zal voorleggen aan de rechter. Koper zal daarbij zijn juridische kansen afwegen en daarbij de mogelijke kosten en opbrengsten van een procedure betrekken. Bij de beslissing ‘al dan niet procederen?’ kunnen onze specialisten u helpen.

Als u besluit de zaak voor de rechter te brengen, dient dat plaats te vinden binnen uiterlijk twee jaar na de hiervoor bedoelde klacht ( die binnen bekwame tijd dient te worden gedaan ). Deze termijn kan eventueel worden ‘gestuit’ door een schriftelijke mededeling van koper aan verkoper. Door het stuiten zal de termijn van twee jaar telkens opnieuw gaan lopen.

Let op: als de koper zijn zaak niet binnen 2 jaar bij de rechter aanhangig maakt zal zijn vordering zijn 'verjaard'.

Ontbinding van de koopovereenkomst

Wat kan de koper vorderen bij de rechter? De koper van een paard met een gebrek kan vorderen dat de koopovereenkomst wordt ontbonden. Indien zijn vordering wordt toegewezen heeft koper recht op terugbetaling van de koopsom en zal het paard terug gaan naar de verkoper.

Niet elk gebrek zal volledige ontbinding van de koopovereenkomst rechtvaardigen. Als er sprake is van een ‘klein gebrek’ is kans dat de vordering tot ontbinding niet wordt toegewezen, of dat er slechts gedeeltelijke ontbinding kan plaatsvinden. Dat laatste komt er op neer dat de rechter als het ware een ‘korting’ toewijst op de koopsom. De korting dient in verhouding te staan met de ernst van het gebrek.

Dwaling

De koper van een paard met een gebrek kan ook vorderen dat de koopovereenkomst op grond van ‘dwaling’ wordt vernietigd.
Van dwaling is sprake indien koper, en eventueel ook de verkoper, bij het sluiten van de koopovereenkomst een verkeerde voorstelling van zaken had. Een beroep op dwaling zal echter niet slagen als koper onvoldoende zijn onderzoeksplicht is nagekomen. Als verkoper zijn mededelingsplicht niet is nagekomen is een beroep op dwaling wel weer mogelijk.

Bij een geslaagd beroep op dwaling zal de verkoper de koopsom moeten terugbetalen aan koper. Ook is gedeeltelijke vernietiging van de koopovereenkomst op grond van dwaling denkbaar met een gedeeltelijke terugbetaling van de koopsom.

Schade vorderen

Bij de rechter kan naast ontbinding of vernietiging van de koopovereenkomst ook schade worden gevorderd. Denk daarbij aan kosten voor stalling en voeding van het paard, maar ook aan onderzoekskosten en eventuele juridische kosten.

Conclusie 

Samengevat, kan de koper op grond van de wet juridische maatregelen nemen tegen de verkoper als het paard niet die eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik, of een van te voren kenbaar gemaakt bijzonder gebruik, nodig zijn, terwijl koper geen verwijt kan worden gemaakt dat hij zich niet gehouden heeft aan zijn onderzoeksplicht.

Vraag rechtshulp

Verborgen gebreken kwesties zijn juridisch complex. Een verkeerde aanpak kan grote financiële gevolgen hebben. Onze advocaten en juristen zijn gespecialiseerd in verborgen gebreken zaken. Bent u koper of verkoper van een paard met een gebrek, raadpleeg dan onze specialisten. Samen bereiken wij het beste resultaat. Bel 020 – 6890 863 of mail.



Share by: